De spiegel barstte
De Engelse schrijfster Agatha Christie (1890-1976) publiceerde in 1962 het boek ‘De spiegel barstte'. In dit boek kijkt de hoofdrolspeelster in de spiegel en ziet daar iets in reflecteren dat het beeld doet barsten. Iemand uit het verleden doemt op, en haar verborgen en nooit aandacht gegeven woede komt naar boven met alle gevolgen van dien. Naast gewoon een spannende detective kan het verhaal ook dienen als symboliek voor de werking van onprettige ervaringen en emoties die wij wegstoppen in ons onbewuste.
Thanatos uit de schaduw
Uit onderzoek blijkt dat praten over de dood nog steeds lastig is, en dat sterven de ander overkomt maar niet jezelf. Aandacht voor de eigen sterfelijkheid hebben we verdrongen. Volgens de Jungiaanse Analytische Therapie leidt verdringing tot psychische disbalans met allerlei effecten op de gezondheid. Hoe raakte de aandacht voor sterfelijkheid buiten beeld, en hoezo is het belangrijk daar wel weer het licht op te zetten?
Wat je leest ben jezelf
Het nut van mythen en sprookjes
Een uitgangspunt in de Analytische Therapie is dat wat ons innerlijk beroert zich uitdrukt in de taal van de symbolen. Die innerlijke beroering wordt geactiveerd door iets wat buiten ons gebeurd, bijvoorbeeld door het lezen van de oudste verhalen die we kennen: mythen en sprookjes. Deze bevatten allerlei personen, figuren, beelden en fantasierijke omgevingen. Denk aan de heks, het grote bos, de koningin, de prinses, reuzen, een appel, goden, godinnen, de zee en draken. Het verhaal doet je lachen, huilen, maakt angstig of boos. Je leeft mee met de personages, vindt de hoofdpersoon een held(in) of juist niet. Die ervaringen vertellen je iets over wat in de lezer gekend wil worden. Volgens de psychiater Carl Gustav Jung helpen dit soort universele oerverhalen de mens in het leren begrijpen van het persoonlijke verhaal. Hij of zij wordt daardoor dieper bewust van welke psychische aspecten vragen om aandacht en ontwikkeling.